Diploma? Ik droom liever

Na jaren meegedraaid te hebben in het onderwijs in het leerlingenparlement en andere groepen, schreef ik dit artikel als profielwerkstuk op de middelbare school.

Toen op 14 juni om één voor vier dan eindelijk de telefoon ging, was ik eerst sprakeloos en stroomden even later de tranen over mijn wangen. De weken erna leefde ik in een roes van blijdschap en euforie. De woorden “Ik ben geslaagd!” spookten voortdurend door mijn hoofd. Toen ik een paar weken later mijn diploma uit de kast pakte, was er niets meer van de roes over. Het papiertje leek meer dan ooit op wat het was: een papiertje. Het leek mij onzinnig dat ik hier al die jaren naartoe gewerkt had. Alle lessen, opdrachten, presentaties, toetsen, gesprekken met docenten en mentoren, enkel om dit papiertje te ontvangen, in de kast te leggen en zo heel af en toe eens aan iemand te laten zien, als de gelegenheid zich voordoet?

Dat is toch niet de betekenis van het papiertje? Met de kennis en vaardigheden die mij dit papiertje gebracht hebben, gaat een wereld voor mij open. Een wereld waarin ik, Anna Marieke Weerdmeester, mijn dromen werkelijkheid kan laten worden. Toch is dit niet waar mijn mentor en docenten mij en mijn klasgenoten mee gemotiveerd hebben. We hebben al die jaren toegewerkt naar het papiertje, niet naar de mogelijkheden. Als ik er nu op terugkijk, vraag ik mij af of we hier niet beter mee gemotiveerd hadden kunnen worden. Was de motivatie, die nu vaak afwezig was, er meer geweest? Waren er minder klasgenoten zonder papiertje naar huis gegaan? Wat maakt dat papiertje ons tenslotte uit – een diploma, nou en?

Maandagochtend half negen, dertig kinderen voor de eerste keer in een klaslokaal. De juf verwelkomt iedereen en vraagt de leerlingen wat zij later willen worden. Er gaan dertig vingers omhoog, ze lijken het allemaal te weten. ”Ik word later president van de Verenigde Staten” luidt het eerste antwoord. Er breekt een luid geroep los: ”ik ook, ik ook” klinkt het in koor. De juf stamelt dat dit niet zomaar gaat – president, dat wordt er maar één op de zoveel miljoen. Volgens haar kunnen de leerlingen beter iets anders bedenken.

Een kinderlijke, dappere, misschien wel voor het eerst uitgesproken droom. Met het grootste gemak weggewuifd. Uit gemak, angst, of misschien verbitterdheid? Binnen het onderwijs lijken dromen vermeden te worden. Of het nu president van de Verenigde Staten, popster of professioneel voetballer is, binnen het onderwijs is een droom lastig. Ontzettend jammer, want elke onderdrukte droom is een gemiste kans op motivatie. Nu hebben we geen klassenvol Obama’s nodig, maar wel leerlingen die gemotiveerd zijn om hun dromen te realiseren.

Motivatie is van enorm belang in het onderwijs. Niet alleen voor goede schoolprestaties, maar ook voor het individu: met passie en gedrevenheid aan dingen (leren) werken en hierdoor persoonlijk geluk ervaren. Dezelfde soort motivatie is later ook van grote waarde. Een droom is één van de belangrijkste bronnen van motivatie. Je kunt een droom niet los van motivatie zien. Een droom komt met de motivatie om deze te verwezenlijken. Toch wordt er binnen het onderwijs om dromen heen gewerkt; het genoemde voorbeeld is er maar één. Scholen proberen hun leerlingen te motiveren terwijl zij één van de belangrijkste bronnen van motivatie buiten beschouwing laten.

De kracht van een droom is goed te zien bij bedrijven: de meest succesvolle bedrijven zijn bedrijven die goed weten waarom zij iets maken of doen. De meest succesvolle bedrijven zijn, volgens de theorie van Simon Sinek (schrijver van het boek “Start With Why”, over waarom de ‘waarom’ het fundament van een succesvol bedrijf is), bedrijven met een droom, een visie, een duidelijke motivatie. Hoewel geld een belangrijke rol speelt, is het volgens hem van het grootste belang om als bedrijf iets te maken of doen waar je achter staat. Voor leerlingen geldt naar mijn mening hetzelfde: het diploma is niet de droom, maar een middel om de droom te realiseren. Of het om de kennis gaat, om het papiertje, of om allebei. Dromen motiveren tot meer dan een tussentijds resultaat als een goede omzet of het afronden van een opleiding.

Een droom geeft een doel aan elke actie die je uitvoert. Het doel geeft aan waarom deze actie, deze opdracht, deze opleiding belangrijk is voor het waarmaken van de droom (”Deze presentatie is nuttig voor mijn presentatievaardigheden wanneer ik later als advocaat een pleidooi houd”). Zo wordt de opdracht met de droom verbonden en is de leerling gemotiveerd om hieraan te werken. Door dromen niet te erkennen lopen scholen de kans mis om aan elke opdracht een concreet doel, en daarmee motivatie, te koppelen.

Afgelopen jaar was er voor mij een duidelijk moment waarop mijn school deze kans miste. Ik moest, samen met de rest van de leerlingen uit mijn klas, een betoog voordragen. Waar de voordracht eerst voor een, door de leerlingen uitgenodigd, publiek in de aula zou zijn, bestond het publiek uiteindelijk uit enkel de docent en twee medeleerlingen. Maar juist de droom om mijn visie over motivatie in het onderwijs te mogen delen met een groot publiek, motiveerde mij. Met deze omwenteling viel mijn motivatie in het water. Wat was nu nog het doel van mijn presentatie? Met mijn droom had de school aan elk onderdeel van de opdracht een doel kunnen geven. Was het niet prachtig geweest als de school mij had gemotiveerd door mij uit te dagen om bijvoorbeeld de minister van onderwijs uit te nodigen?

Niet iedere opdracht zal gekoppeld kunnen worden aan de ultieme droom, het levensdoel, van een leerling. Dit is niet erg: een kleiner doel op kortere termijn kan ook volstaan (”Deze presentatie helpt mij bij het winnen van zelfvertrouwen, zodat ik…”). Het mooie is dat elke schoolopdracht al wordt gegeven met een reden, al dan niet verschillend per leerling. De kunst is om deze reden te zien als motivatie. School hoort niet iets te zijn wat “moet”, maar wat jou als leerling helpt bij het verwezenlijken van je dromen. De dromen die je niet ondanks school, maar mede-dankzij school waarmaakt.

Noem het droomonderwijs: onderwijs waarin individuele dromen de kans krijgen om uit te komen, te vliegen en achterna gejaagd te worden. Onderwijs waarin dromen de motivatie worden. Een individuelere vorm van onderwijs, waarin de focus niet langer ligt op het behalen van een diploma, maar op individuele dromen, doelen en mogelijkheden. Droomonderwijs, wat is daar nu eigenlijk op tegen?

Droomonderwijs, onderwijs dat nog veel meer kansen kan bieden. Er kan een deur worden opengezet naar meer individuele aandacht. De individuele dromen in het droomonderwijs laten doelen per opdracht per leerling verschillen en bieden daarmee gelegenheid tot individuelere begeleiding en betrokkenheid bij de leerlingen. Betrokkenheid en begeleiding die weer leiden tot extra motivatie. Droomonderwijs biedt paleizen aan deuren die niet kunnen wachten om geopend te worden.

Kinderen bezitten van nature het vermogen om te dromen. Jammergenoeg krijgt dit op school geen kans om zich te ontwikkelen en kan het zijn magie niet laten werken. Adora Svitak stelt dat de kinderlijke manier van dromen juist gekoesterd moet worden. De gerespecteerde veertienjarige TED-spreekster (TED organiseert, als non-profit organisatie, conferenties om waardevolle ideeën te verspreiden: “ideas worth spreading”) zegt in haar TED-talk over wat volwassenen kunnen leren van kinderen, dat dromen de grote drijfkracht achter alles zijn. Volgens haar moeten we de kinderlijke idealistische manier van denken en dromen niet met onze kindertijd achter ons laten: om iets te bereiken, zul

je er eerst over moeten dromen. Sir Ken Robinson laat dit punt in zijn eerdere TED-talk over creativiteit in het onderwijs ook aan bod komen. De creatieve manier van denken en dromen is volgens hem van groot belang in het onderwijs, maar krijgt daarin geen ruimte. Robinson stelt dat het onderwijs kinderen afleert om creatief te zijn.

In diezelfde TED-talk geeft Sir Ken Robinson een verklaring voor het afleren van deze creativiteit: de onveranderde fundamenten van het onderwijs. In de negentiende eeuw is het schoolsysteem bedacht om aan de behoeften van de maatschappij te voldoen. Daarom sloot het kennisaanbod op scholen naadloos aan op de vraag naar kennis in de praktijk. In dit onderwijs was geen behoefte aan creativiteit. Een opleiding bood garantie op een baan. In de maatschappij moest je doen wat je werd opgedragen, net zoals je op school had geleerd. Behoefte aan creatieve denkers, kritische vragenstellers of dromers was er nauwelijks. Hoewel het onderwijs door de jaren heen wel is aangepast, zijn de fundamenten nauwelijks veranderd. Leerlingen worden nog steeds opgeleid tot dezelfde burgers als tweehonderd jaar geleden.

Deze gedachtegang is makkelijk door te voeren naar motivatie. In de negentiende eeuw koos je met je opleiding praktisch je baan. Je motivatie? De baan die door deze opleiding in het verschiet lag. Geen twijfel over mogelijk. Voor dromen was geen ruimte, en daardoor van een zelf gevonden motivatie geen sprake. De situatie van vandaag is anders. Een opleiding biedt niet langer een garantie op een baan. Door de snel toenemende hoeveelheid afgestudeerden keldert de waarde van een diploma, stelt ook Sir Ken Robinson. Hierdoor is de vroeger vanzelfsprekende motivatie bij leerlingen niet aanwezig. Er ontstaat een gat waar motivatie leerlingen zou moeten helpen om hun doelen te bereiken. Leerlingen moeten nu zelf een motivatie vinden, maar krijgen hier geen kans voor.

Maar het gebrek aan motivatie is niet het enige gat dat opgevuld moet worden. De diploma-deflatie zorgt er, samen met maatschappelijke ontwikkelingen, voor dat binnen de maatschappij steeds minder vraag is naar mensen die doen wat hen wordt opgedragen en steeds meer naar innovativiteit, creativiteit en nieuwe oplossingen. Waar voorheen een diploma volstond, gaat nu de niet-wetenschappelijke intelligentie de doorslag geven. De vraag van de maatschappij sluit daarmee niet meer aan bij het aanbod van het onderwijs. Leerlingen krijgen op school nauwelijks ruimte om hun niet- wetenschappelijke intelligentie te ontwikkelen. De op school weggestopte dromen zorgen niet alleen voor een gebrek aan motivatie, maar ook aan creativiteit, vindingrijkheid en innovativiteit. Kwaliteiten die, eenmaal afgeleerd, moeilijk weer aan te leren zijn en dus zullen ontbreken in de maatschappij.

De oplossing? Op scholen moeten individuele dromen worden uitgebroed, grootgebracht en vrijgelaten om de wereld in te vliegen. Dromen moeten de kans krijgen om leerlingen te motiveren, te inspireren en te prikkelen tot het worden van de dromende, gedreven burgers waar wij ook als maatschappij zo naar verlangen.

Laat ons, na de eindeloze debatten over Nederland kennisland, de zesjescultuur en weggeëbde taal- en rekenvaardigheden, eens filosoferen over een andere oplossing voor de zo noodzakelijke wetenschappelijke en economische innovatie: Nederland dromenland. Een oplossing zonder prijskaartje, waar we hier en nu mee kunnen beginnen door het stellen van een simpele vraag: hoe kunnen wij, als leerling, ouder, docent, schoolleider of beleidsmaker, elkaars dromen zo koesteren dat deze onze levens gaan beïnvloeden?